Vakantie België (22 t/m 29 juli 2005)
Van 22 t/m 29 juli 2005 was ik op vakantie langs de Amblève tussen Stavelot en Trois-Ponts in België. Door dit gebied loopt een deel van de Vennbahn (NMBS lijn 45). De Vennbahn is een opgeheven lijnennetwerk rond de Duits/Belgische grens. De hoofdlijn liep van Aachen(D) via Raeren(D), Waimes(B) en Sankt-Vith(B) naar Troisvierges in Luxemburg. Van deze lijn takten vele zijlijnen af, waaronder lijn 45 van Jünkerath(D) via Waimes naar Trois-Ponts, waar deze aantakt op lijn 42.
Een groot deel van de Vennbahn is helaas opgebroken, maar de hele lijn 45, het gedeelte Waimes - Rearen - Aachen en de zijlijn Raeren - Welkenraedt liggen er nog. Deze lijnen worden niet meer bereden, maar het is toch spannend om er even te kijken.

Laat ik beginnen met een stukje lijn 45 tussen Trois-Ponts en Stavelot, ter hoogte van Domaine du Long Pré. Op de eerste foto richting Trois-Ponts, de tweede richting Stavelot. Het lijntje is in 1999 buiten dienst gesteld, maar in mei 2005 weer heropend voor goederenverkeer. Aan de rails is echter te zien dat er nog weinig gereden heeft. Stavelot, 23 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Het stukje Vennbahn tussen Kalterherberg(D) en Sourbrodt wordt nog wel bereden, maar niet door treinen. Je kan hier namelijk met speciale "railbikes" over het spoor fietsen. In Kalterherberg staan de spoorfietsen klaar. Op vaste tijden kan je door de Hoge Venen naar Sourbrodt fietsen. Na een korte pauze fiets je weer terug naar Kaltherberg. Kalterherberg, 25 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

In Kalterherberg staat ook nog iets dat herinnert aan de tijd dat de Vennbahn nog door stoomlocs werd bereden. Ten noorden van het stationnetje staat een oude verroeste waterkolom. Kalertherberg, 25 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Het eindpunt van de railbikes is in Sourbrodt. In 2004 kwamen hier nog militaire treinen voor de legerplaats Elsenborn. Overigens staan de twee goederenwagens voor het station daar al dik twintig jaar. Sourbrodt, 25 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Zo'n groot begroeid station is nog best vet spannend om te zien. Het stationsgebouw van Sourbrodt is niet in al te beste staat. Het is afgezet wegens instortingsgevaar. Wat ook opvalt zijn de Duitse armseinen met daar onder Belgische. Dit is waar Sourbrodt bekend om staat. Ten zuiden van het station stond zelfs een seinbrug, maar deze is nu helaas afgebroken. Sourbrodt, 25 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.
Na dit geleuter over oude spoorlijntjes willen we nu wel eens echt rijdende treinen zien. Wat een geluk dat de mooiste spoorlijn van België, de Amblèvelijn (lijn 42), vlak bij is. Tien jaar geleden, toen de lijn nog dubbelsporig, nog met dieseltractie werd bereden en niet vol stond met bovenleidingspalen, was deze lijn volgens velen nóg mooier. Eind jaren negentig werd lijn 42 geëlektrificeerd met de Luxemburgse bovenleidingsspanning 25 kV wisselstroom. Omdat de Belgische bovenleidingsspanning 3000 V gelijkstroom is, moeten de locomotieven die op deze lijn rijden geschikt zijn voor beide spanningen. Dat zijn dus de NMBS reeksen 13 en 15 en de CFL serie 3000. Hoewel deze locs niet zo mooi zijn als de diesellocs van de NMBS reeksen 51, 55 en 62 en CFL serie 1800 die er voor de elektrificatie reden, is lijn 42 nog best interessant.

Laten we meteen beginnen met het het viaduct over de Amblève bij Roanne-Coo. Bovenleiding of geen bovenleiding, het blijft een indrukwekkend viaduct. Op de foto CFL 3017 met IR 117 naar Luxembourg over het viaduct van Roanne-Coo, 27 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

In het plaatsje Petit Coo ligt de halte Coo. Hoewel de afstand tussen de stations op lijn 42 groot is en Coo vlakbij het grotere station van Trois-Ponts ligt, stoppen hier toch bijna alle treinen. Coo is een heel toeristisch plaatsje omdat het bekend staat om de watervallen en het stuwmeer dat aan beide kanten stuwdammen heeft. CFL 3017 met een InterRegio naar Liers komt net aan in Coo, 23 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Na de halte Coo gaat de trein een tunnel in, richting het viaduct van Roanne-Coo. Duidelijk is te zien dat hier vroeger dubbelspoor heeft gelegen. Tijdens de elektrificatie van lijn 42 moest er op veel plekken plaats gemaakt worden voor de bovenleidingspalen, de tunnels moesten verstevigd worden door er een betonnen buis in te schuiven en de bogen moesten ruimer gemaakt worden zodat er met hogere snelheid gereden kon worden. Daardoor was er geen ruimte meer voor twee sporen en moest een groot deel van de lijn op enkelspoor worden gebracht. Coo, 23 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Na Trois-Ponts geldt de benaming "Amblèvelijn" eigenlijk niet meer voor lijn 42, omdat deze vanaf Trois-Ponts richting Luxembourg niet meer langs de Amblève loopt, maar langs het riviertje de Salm. De Amblève maakt een knik naar het oosten en loopt langs lijn 45 naar Stavelot en verder. De spoorlijn loopt mooi hoog langs het stadje Trois-Ponts. Het station ligt ook erg mooi, maar sinds er bovenleidingspalen staan, is het niet zo mooi meer als tien jaar geleden. CFL 3016 met een InterRegio naar Liers komt net aan in Trois-Ponts, 23 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Wat het verkeer op lijn 42 vooral interessant maakt is dat enkele diensten nog gereden worden door NMBS reeks 15. Deze serie van vijf locs is ook geschikt voor de Nederlandse bovenleidingsspanning 1500 V gelijkstroom. Daarom trokken ze tot 1988 de TEE-treinen Amsterdam - Parijs. Daarna mochten ze niet meer in Nederland komen, omdat ze geen ATB hadden. Na de elektrificatie van lijn 42 worden enkele InterRegio's Liers - Gouvy getrokken door reeks 15. Dit zal binnenkort helaas ook verleden tijd zijn, als de reeks 15 wordt vervangen door de nieuwe reeks 14 of eventueel door NMBS overgekochte locs van de CFL serie 3000, wat de afwisseling op lijn 42 weer een stuk kleiner maakt. NMBS 1504 met IR 4016 naar Gouvy komt in de stromende avondregen aan in Trois-Ponts, 25 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.
Op een dag van Franstalig Belgische braderieën bezoeken met het gezin en obers met keramieken borden in overvolle krappe restaurants laten struikelen, wilde ik ook wel even bij een stationnetje daar in de buurt kijken. Na een verregend dagje in het zogenaamd kleinste van de wereld maar wel verschrikkelijk toeristische stadje Durbuy, ging ik naar Hamoir, een plaatsje langs lijn 43 Luik - Jemelle. Ik had ergens gehoord dat Jemelle best een druk station heeft, dus hier zou veel verkeer langs moeten komen. Als ik geluk had kwam er misschien wel goederentrein met dubbeltractie reeks 55 langs. Deze lijn zag er veelbelovend uit. Het tegendeel bleek waar...

Na lang wachten in de stromende regen kwam er dit en dit en naast elkaar. Deze zogenoemde "Klassieke Motorstellen" zijn in feite vergelijkbaar met het Nederlandse materieel '64 (Plan T/V), dus niet bepaald interessant. Hamoir, 24 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.
Het leek me ook eens leuk om wat oude Belgische trams te bezichtigen. De Tram Touristique d'Aisne (TTA) bleek in de buurt, dus ik besloot daar eens even langs te gaan. De TTA is een museum-smalspoor-tramlijn loopt langs het riviertje de Aisne tussen Erezée en Dochamps. Deze museumlijn heeft de beschikking over een groot aantal stoom- en dieseltrams, dus best leuk om er eens een kijkje te nemen.
Bij het beginpunt Erezée was niets te beleven. Na een blik op de dienstregeling bleek dat er over een paar uur pas gereden werd. Zo lang kon ik niet wachten, want mijn andere gezinsleden wilden ook nog door braderieën en overvolle stadjes slenteren. Om toch nog wat te kunnen zien van de trams, besloot ik het depot op te zoeken. Dit was echter niet zo makkelijk.

Daarom zocht ik maar een willekeurig stationnetje aan het TTA-lijntje op, en ik kwam terecht bij Forge a la Plez. Ik dacht: Beter een foto waar niets op te beleven is dan geen foto. Forge a la Plez, 24 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.
Wie naar de Ardennen gaat, moet zeker ook naar de Grotten van Han. Door de teleurstelling dat er bij de TTA niks reed, was ik erg blij dat er tussen het dorpje Han-sur-Lesse en de ingang van de grotten de zelfde dieseltrams rijden! In 1905 werd de lijn aangelegd. Tot de jaren '30 reden er stoomtrams. Sindsdien pendelen deze dieseltrams tussen het dorp en de grotten. Dit jaar viert deze lijn dus haar honderd jarige bestaan!

In Han-sur-Lesse staan de trams klaar om de grotbezoekers naar de grotten te brengen. Motorwagen AR 159 met aanhang staat op kop. Op drukke momenten rijden drie tramcombinaties (motorwagen + drie open rijtuigen) om het half uur achter elkaar aan naar de grotten. Op rustige momenten rijdt er maar één enkele motorwagen. Han-sur-Lesse, 26 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Tussen het dorp en de ingang van de grotten rijdt de tram een stukje langs het riviertje de Lesse. Deze rivier gaat ook door de grotten, wat de Lesse en de grotten zo bijzonder maakt. Op het punt waar de foto is gemaakt is de Lesse net uit de grotten gekomen. De grotbezoekers komen er ook op deze manier met een boot uit. Han-sur-Lesse, 26 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.
Het toetje bewaren we tot het laatst: Op de terugweg van Han naar Stavelot kwam ik ook langs Jemelle. Het station ligt aan lijn 162, de hoofdlijn van Namur naar Arlon(L) en Luxembourg. In tien minuten spotten kwam er al veel langs.

NMBS 7340 rangeert met wat Tads'en voor een grote industrie waarvan ik niet zeker weet wat het is (ik vermoed een kalkmijn). Jemelle, 26 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Op het station stonden twee stammen met dubbeldekkers type M5 naast elkaar. Ik vind ze erg lelijk. Jemelle, 26 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

De opvolger van de M5-dubbeldekkers is de M6. Deze nieuwe dubbeldekkers zijn pas geleverd en een stuk mooier dan de M5'en. Hier de NMBS 2007 met zo'n sleep M6-dubbeldekkers. Jemelle, 26 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

Ander nieuw materieel van de NMBS zijn de treinstellen type AM 96. De stellen vallen op door de rubberen band op de neus, en worden daarom "Rubberneuzen" of "Gummineuzen" genoemd. Treinstellen met zo'n rubberen neus rijden al langer rond in Denemarken en Zweden. Door de rubberen band kunnen de treinstellen afgesloten aan elkaar gekoppeld worden, zodat je van het ene stel naar het andere kan lopen. Jemelle, 26 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.

De Klassieke Motorstellen hebben ook de mogelijkheid om van het ene stel naar het andere te gaan. Daarvoor is de gele deur op de kop bedoeld, waar bij gekoppelde stellen vouwbalgen uit komen. Het nadeel van dit systeem is dat de machinist in een hoekje naast de deur moet zitten, terwijl de AM 96 een grote cabine heeft die weggeklapt kan worden. NMBS 235 komt aan in Jemelle met de kalkmijn(?) op de achtergrond, 26 juli 2005. © Bastiaan Luytjes.